Nieuwste column Thomas von der Dunk, uitgesproken op de Rode Werf 8 mei:

De toekomst van de sociaaldemocratie en de PvdA! Deze column sprak Thomas von der Dunk uit op de Rode Werf van 8 mei.

Geachte aanwezigen,

    is er nog toekomst voor de sociaal-democratie in het algemeen en voor de PvdA in het bijzonder? Over het feit dat daarvoor toekomst zou moeten zijn, zijn we het hier vast wel eens, maar tussen wenselijkheid en werkelijkheid gaapt een groot gat, dat heeft 15 maart duidelijk gemaakt. Toen ik hier een paar maanden geleden zei dat de partij op het punt stond bij de stembus gevierendeeld dreigde te worden, leidde dat tot protesten van een toen-nog-Kamerlid. Intussen is dat realiteit.

   De uitslag is ronduit desastreus, en ik ben zeer pessimistisch over de kansen op herstel. Dat hangt ook samen met de internationale situatie: in Griekenland, Oostenrijk en Frankrijk zijn onze geestverwanten recent ook weggevaagd, in Groot-Brittannië staat Labour er eveneens beroerd voor, en alleen de SPD lijkt met Martin Schulz uit een diep dal op te klimmen (maar ook zeker nog geen Willy Brandt-, Helmut Schmidt-  of Gerhard Schröder-hoogte te bereiken), ofschoon daarvan bij de beide laatste deelstaatsverkiezingen nog niets concreet te merken viel.

   Zeker met Frankrijk is de parallel groot. De PvdA, vanouds (zoals elke grote partij) een coalitie tussen diverse maatschappelijke groeperingen met vaak uiteenlopende (ik wil niet zeggen: per se met elkaar botsende) hoofdbelangen, is nu in haar bestanddelen uiteengespat. De arbeider is verdwenen naar de SP. De kleinburger naar de PVV. De immigrant naar DENK. De gepensioneerde naar 50Plus. De intellectueel naar D66. De alternatieveling naar GroenLinks. En andere traditionele PvdA-stemmers zijn thuis gebleven, omdat ze het, begrijpelijkerwijs, niet meer wisten. En eigenlijk wist ik het zelf ook niet. Ook ik kon niet meer aan mijzelf uitleggen, waarom ik nog PvdA zou stemmen, laat staan aan anderen. Ik heb het – voor U mij hier lyncht – uiteindelijk nog wel gedaan, maar ik kan niet uitsluiten dat het de laatste keer was.

   Hoe dan ook: dat ronduit desastreuse is ook het verschil met 2002. Toen, in de directe post-Fortuyn-dagen, werd de PvdA gehalveerd, om een jaar later met Wouter Bos weer verrassend redelijk te scoren – ik zeg nadrukkelijk: redelijk, want binnen de toenmalige bandbreedte van alle uitslagen tussen 1946 en 1998, van 37 zetels als dieptepunt tot 53 als hoogtepunt, waren zijn 42 lagere middenmoot. Dat er daarna in 2006 en 2010 opnieuw slechtere uitslagen dan de normale ‘ondergrens’ in het vat zaten, kon ik toen niet vermoeden.

   Na de dreun van 2002 was de PvdA weliswaar gehalveerd, maar nog een redelijk grote partij, anders dan nu. En zij was duidelijk de grootste op links, in plaats van de derde – of zelfs de vierde, als we, wat ik verder niet meer zal doen, D66, nog even op grond van haar electoraat (niet op grond van haar stemgedrag) tot het niet-rechtse kamp rekenen. In 2002 hadden bovendien alle drie paarse partijen fors verloren, en waren dus de verhoudingen niet zo scheef getrokken. Ook was de PvdA toen nog in Amsterdam, Utrecht en vele noordelijke gemeenten de grootste. De VVD slechts in het Gooi, Bloemendaal en Wassenaar.

   Waarom zal nu, na 15 maart, niet meer lukken, wat in 2002 Wouter Bos wel lukte? Met de kwaliteit van het papieren verkiezingsprogramma heeft dat – mocht iemand dat denken – niet veel te maken. Het is een aantal jaren geleden wel eens onderzocht: legt men alle verkiezingsprogramma’s geanonymiseerd aan de kiezers voor, dan kan dat van de PvdA steeds op de meeste instemming rekenen. Het ligt dus niet aan het papier, maar aan de praktijk: wat de partij er vervolgens na de verkiezingen mee doet. Om het simpel te stellen: je kunt niet voortdurend over links – weg met dat asociale rotbeleid van Rutte, Balkenende, Lubbers, Biesheuvel, of vult U maar in… – de verkiezingen winnen (dat is regelmatig gelukt), om vervolgens over rechts te gaan reageren. Dat knaagt aan je geloofwaardigheid, en dat is het essentiële probleem waarmee de PvdA kampt. Niemand geloofde Samsom meer.

   Over de oorzaken van die neergang zijn, na alle eerdere nederlagen, al voldoende rapporten door voldoende commissies geschreven. Wij hebben niet behoefte aan een volgend rapport van een volgende commissie, waarin ongeveer hetzelfde komt te staan. Waaraan wel behoefte is, is een commissie die uitzoekt waarom er met al die rapporten en aanbevelingen in de Haagse praktijk zo weinig is gebeurd. Ook bijvoorbeeld met het WBS-rapport Van Waarde, dat, als ik het goed heb, onder supervisie van de huidige partijleider is uitgebracht – dat schept voor de komende zittingsperiode dus verplichtingen.

   Want daarom draait het: om de Haagse praktijk, waar de PvdA steeds bereid blijkt omwille van de vermeende regeerbaarheid op principiële punten onacceptabele compromissen te sluiten – en dan gaat het niet om een beetje meer of minder geld voor beleidsterrein X, maar om de benadering van het politieke bedrijf, om de rechtsstaat, om de vanuit neoliberale partijen als VVD en D66 aangedreven vermarkting van de samenleving, om eerlijke kansen voor iedereen, om spreiding van kennis, inkomen en macht om Den Uyl te citeren, kortom, om wat de kernopgave van de sociaal-democratie is: om rechtvaardigheid.

   Om de eeuwigdurende kernopgave in dat opzicht te illustreren, die nog niets aan actualiteit heeft ingeboet, wil ik – misschien vindt U dat een zeer verrassende sprong – herinneren aan de uitkomst van het Watergate-schandaal. Vrijwel alle betrokken boeven, de handlangers van Nixon, werden nadien – dankzij hun old-boys-network, of anders het geven van speeches voor Wall Street (Hillary en Barack, luisteren jullie mee?) dan wel het schrijven van hun memoires multimiljonair. De portier die de inbraak ontdekte, werd werkeloos.

   Naar het heden vertaald: om de financiële oude dag van Henry Keizer maak ik mij ook nadat hij straks onvermijdelijk zal zijn opgehoepeld – een onvoorwaardelijke steunverklaring van Mark Rutte betekent meestal het begin van het einde – geen zorgen. Wel omtrent de mogelijkheid van de decennialang met contributieafdrachten sparende leden van de Facultatieve om straks nog fatsoenlijk hun eigen crematie te kunnen bekostigen. U heeft vast allen ook die ingezonden brief in De Volkskrant over recente uitkeringsbedragen gelezen, die zonder twijfel niet los staan van het lucratieve karakter van de deal die de crematiekeizer sloot.

   Terug naar de PvdA en haar toekomst. Het vorige kabinet was het foute kabinet – als driekwart van je kiezers na afloop wegloopt, kan daar geen twijfel over bestaan. Het is dus ook niet voor herhaling vatbaar. Laat ik het zeer helder stellen: mocht de partijleiding, indien de huidige besprekingen met GroenLinks mislopen, en de daaropvolgende met de ChristenUnie ook, uiteindelijk, omwille van die eeuwige ziekelijke regeerbaarheidsbehoefte – lees: beheersbaarheidsneurose – van bestuurlijk Nederland, aan de aandrang van de Hans Wiegels toegeven om in ruil voor anderhalf staatssecretariaat tot een coalitie met VVD, CDA en D66 toe te treden, dan zeg ik, vanwege de klaarblijkelijk hopeloze onverbeterlijkheid van de partijleiding, op de dag dat zo’n kabinet-Rutte-III het bordes betreedt, na achtendertig jaar – ik herhaal: na achtendertig jaar, zo oud zullen dan niet eens enkele bewindslieden zijn – onherroepelijk mijn partijlidmaatschap op. En anders dan sommige politici ben ik gewend mij aan mijn politieke beloftes te houden.

   Dat het met GroenLinks uiteindelijk niet lukt: daar ga ik nog steeds vanuit. Ondanks al het gebabbel over de noodzaak van groene politiek, en ondanks de vele ondernemers die daar nu plots na één bezoek aan Spitsbergen op aandringen: daartoe is de mentale kloof met de modale VVD-kiezer veel te groot. En uiteindelijk geeft bij de VVD altijd de asfaltlobby van De Telegraaf de doorslag – zeker nu, met de electorale PVV-concurrentie hijgend in de nek. Zelfs als men op een volgende poolexpeditie Wilders in eigen persoon zou meenemen, zou dat aan diens klimaatontkennerschap weinig veranderen. Ook niet, als men hem dan op Spitsbergen zou achterlaten, waarvoor best wat valt te zeggen.

   Of het op de korte termijn in het electoraal belang van de PvdA is, wanneer Klaver van de onderhandelingstafel opstapt? Daar zitten twee kanten aan. Gaat hij regeren, dan haalt hij, zeker op sociaal terrein, toch te weinig binnen om zijn nieuwe kiezers (deels teleurgestelde ex-PvdA-aanhang) tevreden te stellen. Die zullen dan deels wel (weer) naar de PvdA overlopen – maar dat zijn er nog steeds echt te weinig om de PvdA opnieuw tot een grote partij te maken, zelfs aan de twintig zetels komt zij daarmee niet. Tegelijk zal zo’n kabinet-Rutte III dankzij een groen-sociale façade – waarachter de voortschrijdende neoliberalisering schuilgaat – teveel als middenkabinet ogen om veel kiezers echt van de noodzaak van een helder links alternatief te overtuigen.

   Omgekeerd: GroenLinks in de oppositie betekent dat één van de voornaamste electorale concurrenten geloofwaardig blijft, en de PvdA zich dus moeilijker van haar kan onderscheiden. Maar het kabinet-Rutte III oogt dan wel wat het gewoon is: onversneden rechts, zeker als de ChristenUnie (om groene en ethische redenen) evenmin meedoet, en het dus een minderheidskabinet is. Dat schept, en daarom ben ik daar met het oog op de langere termijn vóór, heldere verhoudingen, die de linkse partijen de mogelijkheid geven om hun eigen gezicht te behouden, en tegelijk vanuit de oppositie het kabinet soms met parlementaire ad-hoc meerderheden tot bijstelling van het rechtse beleid te dwingen.

   Het vormt daarom het nachtmerriescenario van D66, dat op economisch gebied een onversneden rechtse partij geworden is, en de flexibilisering van de arbeidsmarkt met het globaliseringsargument blijft toejuichen, maar dit met allerlei progressiviteit op groen, cultureel en rechtsstatelijk gebied compenseert. Alleen regeren met VVD en CDA is voor D66 altijd dodelijk gebleken – en daar liggen dus electorale kansen voor links: kiezers die nu, terecht in de PvdA teleurgesteld, naar D66 zijn overgelopen, zullen dan opnieuw oversteken, de andere kant op.

   En de PvdA zelf? Die moet drie dingen doen, wil zij nog überhaupt bestaansrecht bezitten. Ten eerste eindelijk durven kiezen voor een zekere scherpte en radicaliteit: politieke helderheid boven te veel compromisbereidheid. Bij allerlei principiële thema’s heeft zij de neiging om al bij voorbaat met het oog op de tegenstander de stellingname af te zwakken. Ik heb dat zelf ooit – en dat heeft mij toch wel teleurgesteld – in 2011 bij mijn fameuze Arondeuslezing ervaren: de afwijzing van SP, GroenLinks en D66 van de capitualatie van VVD en CDA voor de PVV-censuur was ondubbelzinnig; de PvdA was weer eens wolliger, omdat zij net in coalitieonderhandelingen verwikkeld was. Ten tweede de sociaal-economische tegenstellingen centraal stellen: de materiële ongelijkheid neemt weer toe. Durf daarom te kiezen voor de staat!

   En ten derde, daarmee samenhangend, een scherpere morele norm voor de publieke sector en voor eigen gezagsdragers. Wat het laatste betreft: die hebben na afloop van hun politieke carrière niets in de dubieuzere sectoren van het grote bedrijfsleven te zoeken. En wat het eerste betreft: fundamentele bestrijding van elke vermarkting van alle collectieve instituties plus de daaruit voortvloeiende neiging van bestuurders om die voor privégewin uit te buiten, zoals die dezer dagen in volle omvang wordt belichaamd door ene Henry Keizer.

 

Thomas von der Dunk, 4 mei 2017

facebooktwittergoogle_plusredditlinkedin

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *