Column Thomas von der Dunk, Rode Werf 6 maart

 

Afgelopen 6 maart sprak Thomas von der Dunk zijn nieuwste column uit op de Rode Werf, thema: de aankomende verkiezingen!

 

Geachte aanwezigen,

 

 20170306_214753dit wordt geen vrolijke column, het spijt mij. Want laten we er niet omheen draaien: het ziet er voor 15 maart niet best uit – en dat heeft zijn redenen. Ik ben nu net terug van een week Berlijn – waar de SPD dankzij een nieuwe lijsttrekker wel zo’n sprong in de peilingen heeft gemaakt dat zij kans heeft de regeringsleider te kloppen – en heb de gang van zaken in Nederland dus niet in detail kunnen volgen, maar er is weinig reden om op een herhaling van 2012 te hopen.

   Zeker: ik weet ook dat nog zeer veel kiezers niet beslist hebben, en dat het daarbij aannemelijk is dat die meer ter linker- dan ter rechterzijde zitten, gezien de minimale score van de drie linkse partijen PvdA, SP en GroenLinks bij elkaar. D66, dat zich de afgelopen jaren als kampioen van de economische globalisering met bijbehorende flexibilisering heeft opgeworpen, kunnen we in sociaal-economisch opzicht niet meer tot links rekenen (op sociaal-cultureel en rechtstatelijk vlak wel); dan valt in dat opzicht nog eerder de ChristenUnie te noemen die zich – zij het juist uitgezonderd het sociaal-culturele aspect – juist enigszins in de richting van de oude PPR lijkt te ontwikkelen.

   Over de precieze ins en outs van de verkiezingscampagne, of van de verkiezingsdebatten (die ik zelf sinds de eeuwwisseling met steeds krommere tenen aanzie) wil ik het hier niet hebben, wel over de reden waarom de PvdA het zo zwaar heeft, en (nog belangrijker) welke conclusies daaruit – als zij de verkiezingen enigszins overleeft – voor de formatie moeten worden getrokken.

   De eerste is in elk geval dat wat in 2012 gebeurd is, niet voor herhaling vatbaar is – zowel aangaande de uitkomst als aangaande de inhoud als aangaande de vorm. De uitkomst toen: een coalitie met de politieke tegenstander, die men even eerder verketterd had; dat ‘rechtse rotbeleid’, weet U nog? Dat was, door al in de verkiezingsnacht te besluiten met elkaar de koffer in te duiken, meteen vergeten. De inhoud: het slikken van fundamenteel onjuiste wensen van de coalitiepartner op o.m. het gebied van de rechtstaat, omdat de VVD de rechterflank naar de PVV moest afdekken. Voor het gedeeltelijk terugdraaien daarvan was vervolgens in de Tweede Kamer de hulp van de oppositie nodig, en er moest op sociaal-economisch vlak voor worden betaald. Denk aan de inkomensafhankelijke zorgpremie: meteen van tafel toen de VVD-achterban hysterisch begon te gillen.

   Tot slotte dan de vorm: het uitruil-kaartspel van Wouter Bos, vast goed voor de cohesie op interne bedrijfsuitjes, maar niet voor grote politieke vraagstukken. Veel PvdA-bewindslieden werden met de uitvoering van uitgesproken VVD-beleid-minus-wat-scherpe-kantjes opgezadeld – gevolg: ofwel daarmee geassocieerd worden, ofwel moeizame pogingen om dat gaandeweg weer terug te draaien.

   Het eindresultaat: een dan wel technocratisch opererend, dan wel met twee tongen sprekend kabinet, waarbij het visieloze managementdenken van Rutte – als premier is hij nu eenmaal vaker in beeld – naar buiten toe de toon kon zetten. De zogenaamde regeerbaarheid stond voorop. Dat werd toegejuicht door de bestuurlijke kaste plus veel Haagse kaasstolp-journalisten – het redden van de coalitie, niet het politiek richting geven aan het land was prioriteit nummer één – maar niet door de kiezer. Die dacht, vooral ter linkerzijde, in steeds grotere getale: waarom heb ik eigenlijk gestemd? Gevolg, en dat blijkt uit allerlei opinieonderzoek: een enorm verlies aan vertrouwen. Wat zijn standpunten en beloftes nog waard als die na sluiting van de stembus omwille van de regeerbaarheid meteen worden ingeleverd? Geen wonder dat de ontevredenen alle kanten uitvluchten, naar extremisten (Wilders) of charlatans (Krol & Co).

   Daarbij kleeft zowel eigen falen, als dat van de coalitiepartner beide regeringspartijen aan, omdat zij over andermans falen omwille van het coalitiebehoud er lang het stilzwijgen toe deden, in elk geval niet durfden door te bijten. Vanuit PvdA-perspectief: met de totale VVD-puinhoop op Veiligheid & Justitie moest zij te omzichtig omgaan. En bij haarzelf hangen de organisatorische problemen in de zorg – denk PGB – als een molensteen om haar nek.

   Dat moeten we gewoon onder ogen zien. Dan gaat het om het neoliberale kulverhaal van de participatiesamenleving, dat slechts een dekmantel voor bezuinigingen blijkt, die juist de minder weerbaren – die niet over een actief mantelzorgnetwerk beschikken – treffen, en het hele meer-efficiëntie-is-betere-zorg-door-decentralisatie-verhaal ongeloofwaardig maken. Vanwege de grote kortingen waarmee deze gepaard gaat zijn na die decentralisatie veel gemeentes halverwege het najaar al door hun budget heen; zie de jeugdzorg. Alleen door te bezuinigen op de arbeidsvoorwaarden van degenen die, net als de slachtoffers, ook traditioneel tot de PvdA-achterban behoren, kan men soms de touwtjes aan elkaar knopen. Het mag dan ‘steeds beter met Nederland gaan’, zoals een ondernemer met champagneglas in de hand in een Nieuwsuurreportage een paar weken terug verkondigde, de bezoekers van voedselbanken en chronisch zieken denken daar, met een blik in hún portemonnee, anders over.

   Hoe veel mogelijkheden links heeft om dat te veranderen, is punt twee. Als gevolg van automatisering en globalisering verdwijnt veel werk voor lager opgeleiden (en inmiddels ook al steeds meer in het middensegment), terwijl een eigen inkomen juist zelfredzaam maakt. Of er, van protectionisme dat vaak in zijn eigen staart bijt afgezien, wegen zijn om dit te voorkomen is twijfelachtig. Sommigen zien in het basisinkomen de oplossing; zelf, zo moet ik bekennen, kijk ik daar met gemengde gevoelens tegenaan, wat dus voor mij nog geen ‘ja’ en geen ‘nee’ betekent. Ik ben daar heel eerlijk over: ik ben daar niet uit (ik ben dan ook geen politicus). Wat in elk geval wel urgent is, is dat voor ‘hopeloze’ categorieën werkelozen als laagopgeleide ouderen met de sollicitatieplicht soepeler omgesprongen moet worden. Wie een beeld wil krijgen van de deprimerende effecten op de betrokkenen van het huidige zinloze sollicitatiecircus, raad ik met klem een bezoek aan de film I Daniel Blake aan – die draait volgens mij nog steeds. Iets anders is het natuurlijk, als het arbeidsbureau eens, in plaats van aan de hand van verplichte nutteloze sollicitatiebrieven allerlei lijstjes af te vinken, actief naar werk opzoek gaat, en dan tegen een cliënt zegt: dit heb ik voor U.

   Wat betekent dit nu voor na de verkiezingen, bij de formatie? Als gezegd, 2012 is niet voor herhaling vatbaar. Mocht de PvdA er op 15 maart nog genadig afkomen, dan is dat ongeveer haar laatste kans. Je kunt niet voortdurend ongestraft over links de verkiezingen winnen om dan over rechts te gaan regeren. In dat opzicht – en dat moeten wij óók onder ogen zien – bevindt Lodewijk Asscher zich als vicepremier nu toch al in een veel onmogelijker spagaat dan voor Diederik Samsom in 2012 als nog kersvers oppositieleider gold. Je kunt ook niet nogmaals eerst met links tegen rechts optrekken om dan in de verkiezingsnacht meteen uit het linkse kamp te deserteren, zoals Samsom heeft gedaan. Alleen met die garantie kan de PvdA nu mogelijk nog kiezers die overwegen anders SP of GroenLinks te stemmen, terugwinnen – kiezers die nu vaak openlijk zeggen, de PvdA op dit punt niet meer te vertrouwen. Maar als de uitkomst straks een kabinet is over rechts, met de PvdA als linkerrand, dan valt echt het doek.

   En het is precies dít wat straks serieus dreigt, en waarop straks van buitenaf – door dezelfde krachten die ook Rutte-II als enige stabiele meerderheidscoalitie hadden gepropageerd opdat alles veilig in de achterkamertjes kon blijven worden afgekaart – zal worden aangedrongen. Een maand geleden kwamen hier in De Rode Werf een paar mogelijke uitkomsten van de verkiezingen ter sprake. De eerste was een rechtse meerderheid, waarbij rechts dus ook het voortouw neemt. Of de VVD dan met CDA en D66 aan de 75 zetels komt, dan wel VVD en PVV samen zo groot worden dat Rutte zijn morele bezwaren tegen Wilders inslikt en Henk Krol (dan wel Baudet, Roos of een andere clown) vervolgens als aanvulling tot een trio bij beide heren in bed springt, bleef in het midden. Stabiel wordt dat laatste, gezien de soms absurde wensen van de nieuwkomers, natuurlijk niet.

   De tweede, voorlopig niet zo waarschijnlijke mogelijkheid is dat het linkse blok – als we al van een blok kunnen spreken – van PvdA, GL en SP het zo goed doet, dat dit bij de formatie het voortouw kan nemen, en naar samenwerking in het midden zoekt, in de vorm van ChristenUnie, CDA, D66 of ook – waarom niet, hem is niets te dol – Henk Krol. Punt is wel dat Buma avances in deze richting voorlopig strict afwijst, en Pechtolds agenda toch echt niet met die van Roemer spoort. Bij het CDA speelt daarbij nog meer dan bij D66, naast het diepzittende rood-met-witte-rand-trauma van het kabinet Den Uyl, dat het zijn electoraat nu vooral ter rechterzijde zoekt en met de VVD concurreren wil. Dries van Agt staat nu echt heel links binnen zijn eigen partij. Dat is vroeger wel anders geweest.

   Hoe dan ook, het waren deze twee, of eigenlijk drie scenario’s waar zich de vorige keer de discussie op toespitste: een combinatie VVD-PVV-plus-nog-wat, een combinatie VVD-CDA-D66, en een links blok-plus-nog-wat. Het meest waarschijnlijke is echter dat geen van deze scenario’s werkelijkheid wordt, maar een vierde: dat zo geen stabiele meerderheid te behalen valt. Het valt niet te verwachten dat VVD en PVV samen voldoende in de buurt van 75 zetels komen. En ook voor de optelsom VVD-CDA-D66 zit dat er als totaal gezien de aanstaande versplintering niet in. Grofweg driemaal twintig zetels, met voor Rutte misschien nog iets meer; dat is in elk geval waar de huidige peilingen op wijzen.

   En zo dreigt een vierde scenario, waaraan links absoluut niet moet meewerken: namelijk dat VVD, CDA en D66 samen niet aan de meerderheid komen, maar nog slechts één wat grotere partij nodig hebben om dat wel te doen. Een partij die stabiel is, die redelijk is, die compromissen kan sluiten, die niet wegloopt voor vervelende beslissingen, liefst ook al veel bestuurservaring heeft etcetera. Het zal duidelijk zijn, naar welke partij dan allereerst gekeken zal worden en op welke partij dan druk uitgeoefend zal worden. Nee, niet naar GroenLinks, waar Jesse Klaver door een prachtige uitslag misschien wat overmoedig overvragend dreigt te worden. Of naar de SP, want die wil echt het tegenovergestelde, en heeft te nadrukkelijk de VVD uitgesloten.

   Ja, U raadt het al, wie dan het beoogde coalitieslachtoffer is, en welke argumenten in het openbaar en achter de schermen – door op continuïteit en vastigheid bedacht, en niet op hinderlijk de continuïteit en vastigheid interrumperende verkiezingen wachtend bestuurlijk Nederland – dan aangevoerd zullen worden om het, in strijd met alle tijdens de verkiezingen gesuggereerde tegenstellingen tussen links en rechts, dan toch maar te doen. Dat beoogde coalitieslachtoffer moet zich dan maar even over z’n verkiezingsnederlaag heenzetten – het landsbelang roept! – zo heet het dan vast. Mocht de PvdA dan weer inderdaad omwille van het nationale bestuurbaarheidsfetisjisme voor de bijl gaan, dan kan zij voor 2021 (of eerder) beter meteen alvast de begrafenisondernemer bestellen. Ik waarschuw, en als daar nu niet naar geluisterd wordt, dan heb ik voor de laatste keer gewaarschuwd, omdat er dan geen volgende keer meer zal zijn.

 

Thomas von der Dunk, 24 februari 2017

facebooktwittergoogle_plusredditlinkedin

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *